Spaarnwoude, het land rond de Stompe Toren

Het kerkje heeft al een lange geschiedenis. De toren dateert uit het begin van de dertiende eeuw. Het huidige kerkje is van een latere datum: het is in 1764 gebouwd.

Dit gebied heet Spaarnwoude, en dat betekent bos bij de rivier het Spaarne. Hier was heel vroeger een moerasbos van wilgen-, elzen- en berkenbomen. De bodem bestaat uit veen. En op dat veen ligt een strandwal, die daar gekomen is in de tijd van de kustvorming in het westen van Nederland, zo'n vijfduizend jaar geleden.

Middeleeuwse oorsprong

Rond het jaar 1000 na Christus werd het veen ontgonnen door akkerbouwers uit de omgeving van Velsen. Ze groeven slootjes, die nu nog net zo lopen als zij ze hebben aangelegd. Toen ze op die manier de strandwal bereikten, stichtten ze daar naast hun boerderijtjes ook een kapel (1040). De hoofdkerk stond in Velsen en eerst mocht alleen daar gedoopt en begraven worden.

Maar rond 1200 werd Spaarnwoude een zelfstandige parochie, met Sint Gertrudis als patroonheilige. Er mocht toen worden gedoopt en begraven. Toen is ook de houten kapel vervangen. Door een nieuwe van hout of van steen, daar zijn de archeologen het niet over eens. Archeologische gegevens van de familie De Raaf uit 1955 ondersteunen de visie van een stenen kapel. In elk geval werd in romaanse bouwstijl een stenen toren gebouwd van zo’n 20 meter hoog. De soort stenen waarvan de toren is gebouwd, werd alleen rond 1225 gebruikt. Het zijn zogeheten kloostermoppen. Rond het kerkje werd een kerkhof, “De Akker Gods”, aangelegd, met een stenen muur eromheen en een gracht. Het zand uit die gracht werd gebruikt om de kerkheuvel te verhogen.

Rond 1450, mogelijk na een brand door blikseminslag, is de kerk als een stenen kruiskerk herbouwd. Het terrein rond de kerk werd daartoe vergroot. En de muur aan de zuidkant werd afgebroken en de gracht werd gedempt. De toren werd met één verdieping verhoogd en van een stenen spits in gotische stijl voorzien. Ook zou de gotische noordingang zijn gemetseld. Het vaam van Claes van Kieten (de legendarische reus uit Spaarnwoude) is waarschijnlijk toen aangebracht.

De toren had toen dus een gemetselde spits, zoals bijvoorbeeld ook het geval is bij de oude torens van Uitgeest en Heemskerk. Vroegere schrijvers noemen de kerktoren van Spaarnwoude een baken voor de scheepvaart op de Noordzee, zo hoog moet die spits geweest zijn. Dat komt echter nogal overdreven voor; men zal de scheepvaart op het toen nog nabijgelegen IJ bedoeld hebben.

In protestante handen

Nadat in 1573 tijdens de belegering van Haarlem door de Spaanse troepen het kerkje in brand werd gestoken, bleven alleen de massieve toren en de kerkmuren staan.

De na de Spaanse inval vervallen kerk, 1615
Bron: beeldbank Noord-Hollands Archief

Tijdens de brand in de kerk zijn de rozenkrans van Claes van Kieten en dertien houten beeldjes uit de kerk gered door boer Dijkzeul, die naast de kerk woonde op boerderij ‘Einde Rust’. Tot 1917 zijn deze voorwerpen bij de familie Dijkzeul in bezit gebleven.

Na deze roerige tijd brak er rust aan in Spaarnwoude. De protestanten hadden in Holland de macht in handen gekregen en de kerk werd protestants. Maar de inwoners van Spaarnwoude bleven katholiek. Zij gingen naar een schuilkerk in Haarlemmerliede. Het schip van het kerkje in Spaarnwoude werd met riet bedekt.

In 1747 vernielde een zware noorderstorm het dak van het kerkje en de kerk veranderde in een ruïne. In 1764 staken dominee Schardam, schout Dubequoij, protestanten en katholieken de koppen bij elkaar: ze sloopten de oude kerk en ze bouwden een nieuwe kerk tegen de oude toren aan, de huidige.

Sinds de Franse tijd

In de Franse tijd (1795-1813) kwam er vrijheid van godsdienst. Katholieken en protestanten spraken af dat het kerkje protestants zou blijven.

In 1844 werd de spitse toren en een verdieping van de kerktoren gesloopt. Er moest namelijk nodig gerestaureerd worden, maar het geld daarvoor ontbrak. Noodgedwongen werd de toren ingekort tot ongeveer 20 meter; de toren kreeg een laag dakje van hout en werd voorzien van dakpannen. En zo is de toren aan zijn naam gekomen: Stompe Toren.

Tot 1880 werden er protestantse erediensten gehouden in het kerkje, maar daarna niet meer.

Kunstenaars

In de jaren twintig van de twintigste eeuw werd het kerkje gebruikt als atelier van kunstschilder Frans Baljon. Hij vertrok in 1932. Na de oorlog werd het kerkje betrokken door de familie De Raaf. Rond 1950 werd er een klein museum ingericht en werden er concerten gehouden. Toen het kerkje moest worden gerestaureerd, vertrok de familie De Raaf naar Heemstede. En in 1961 werd het kerkje het atelier van beeldhouwer Jan Mulder. Dat bleef het tot diens vertrek in 1982.

Restauratie, muziekuitvoeringen en exposities

Vervolgens kwam het kerkje onder beheer van het in 1983 opgerichte ‘Gilde van de Stompe Toren’, later opgevolgd door de ‘Vrienden van de Stompe Toren’. Voortvarend namen zij de restauratie ter hand.

Het Gilde organiseert sinds enkele jaren van mei tot oktober elk weekend exposities en om de veertien dagen een concert. Sinds 1993 kan er ook in de Stompe Toren burgerlijk getrouwd worden.

De oude beeldjes en de rozenkrans

De beeldjes en de rozenkrans van Claes van Kieten, die in 1917 door boer Petrus Theodorus Dijkzeul in bruikleen werden gegeven aan het Bisschoppelijk Museum in Haarlem, zijn sinds 2008 weer terug op hun historische plek in het kerkje van de Stompe Toren.

» meer geschiedenis